Biografie Hendrik

Hendrik

Henricus, Hendrik voor de vrienden, geboren in Hasselt (intra muros) in 1261, als eerstgeborene van de smid Ywanus en zijn vrouw Hildegard. Ik heb nog 2 broers Bertram en MichaŽl. Op 8 jarige leeftijd ga ik in de leer bij een plaatselijke schoenmaker/lederbewerker. Bertram gaat in de leer bij een meubelmaker en MichaŽl blijft thuis bij vader in de smisse.

In 1275 word ik gezel. Door de invloed van mijn meester die lid is van de stadsmilitie zal ik in 1278 op 17jarige leeftijd in dienst treden als piekenier. De punt van mijn piek krijg ik van mijn vader als geschenk. In 1280 treed ook mij broer Bertram in dienst als piekenier. Elke zondag na de kerkdienst oefenen we en kan ik mij na 6 lange werkdagen eens afreageren. In 1281 trouw ik met Agnes maar zij zal in 1283 sterven in het kraambed en mij kinderloos achterlaten.

In het leger van Arnold V van Loon trek ik als piekenier ten strijde aan de kant van Jan I van Brabant te Woeringen. Op 5 Juli 1288 zullen we hier na een lange strijd de overwinning behalen. In dat zelfde jaar leer ik Katherina kennen, waarmee ik in 1290 trouw. Ze schenkt mij drie zonen waarvan de twee oudste vroegtijdig overlijden, en ťťn dochter. Clara wordt in 1294 en Bartolomeus in 1296 geboren.

Door een hoogoplopende ruzie in de schoenmakersambacht in verband met mijn meesterschap en een incidentvol proces op de Hasseltse schepenbank word ik in 1299 veroordeeld tot een bedevaart naar Rocamadour. Ik moet binnen de dertien dagen "den staf nemen om denen wech te doene sonder wederom te keeren en hedde den wech volcomelyc gedaen ende goede warachtige brieven ende siegele tonen in Rocamadour gewest te hebben".

Doordat ik geen inkomen meer heb moeten mijn vrouw en kinderen noodgedwongen in het huis van moeder (vader is in de zomer van 1296 overleden) en broer Michael en zijn gezin gaan wonen. De weg naar Rocamadour is lang en niet zonder gevaar. Daar aangekomen zal ik met kettingen om hals en armen de Via Sancta, een trap van 216 treden beklimmen. Aldus bovengekomen moet ik daar in die vernederende toestand in gebed neerknielen voor de Moeder Gods. Daarna word ik van mijn ketenen verlost en krijg ik een certificaat en koop ik een loden insigne als bewijs van het voleinden van mijn boetetocht.

Eenmaal terug in Hasselt is mijn plaats in de schoenmakerij reeds ingenomen. Vermits ik geen meester ben en dus geen eigen zaak kan opstarten moet ik op zoek naar ander werk. Geen enkele schoenmaker in Hasselt wil mij nog in dienst nemen dus moet ik verder weg gaan zoeken. Mijn gezin kan voorlopig bij MichaŽl blijven wonen. Tijdens mijn zoektochten kom ik in de buurt van St-Truiden in de heerlijkheid Zerkingen. Ik herstel wat karriemen en paardengetuig en ontmoet de zoon des huizes, heer Joris van Zerkingen, en zijn gevolg die zijn moeder komt bezoeken, vooraleer hij naar Brugge vertrekt. Onder de indruk van mijn vakmanschap vraagt hij mij of ik geen deel wil uitmaken van zijn gevolg. In het voorjaar van 1302 vertrek ik met mijn gezin naar Brugge en verblijf aldaar in de bediendenvertrekken van het huis van de heer.

Op 11 juli zal ik op de Groeningekouter strijden onder het bevel van heer Joris van Zerkingen. Na de veldslag zal ik als klusjesman deel blijven uitmaken van zijn gevolg. Door de aanbeveling van heer Joris kan ik ook in dienst treden van de stedelijke militie.



Hendrik heet in het werkelijke leven Filip de Clercq en is militair.

Volgende biografie.
Volgende.


BiografieŽn.
BiografieŽn.



Copyright op tekst bij Filip de Clercq.
De foto werd gemaakt door Joris de Sutter
Deze informatie wordt ter beschikking gesteld door De Liebaart en werd laatst vernieuwd op 7 Maart 2004.