|
Kledij in 1302
De volgende pagina's tonen wat beschouwd kan worden als de "standaarduitrusting"
van de mensen (burgers, ridders en soldeniers) tijdens de late 13de eeuw. Alhoewel natuurlijk niet iedereen hetzelfde
droeg en er veel verscheidenheid bestond in alle mogelijke kledingsstukken, kunnen de volgende pagina's toch een
goed beeld geven van hoe een man rond 1302 door Brugge gelopen zou hebben.
|
Binnen De Liebaart leggen wij de nadruk op authenticiteit. We wensen daarom
duidelijk onderscheid te maken tussen de ridicule figuur op de voorgrond van deze tekening en de accuraat aangeklede
man op de achtergrond.
|
|
|
Stoffen
De meeste kledij werd gemaakt van wol (laken) en linnen. Dit waren de meest voorkomende
stoffen. Vlaanderen was zelf het wereldcentrum voor de lakenfabricatie. De wollen grondstof werd voornamelijk ingevoerd
vanuit Engeland. Het spinnen, weven, vollen (=vervilten, de weefdraad "verbergen") en verven gebeurde in Vlaanderen.
Het Vlaamse laken was wereldbefaamd en werd naar overal geëxporteerd.
Linnen was de andere veel gebruikte stof. Dit weefsel van vlas is veel lichter en werd in
zijn lichtste versie veel gebruikt als voering voor de wollen kledij en voor ondergoed. De zwaardere soorten werden ook
gebruikt als kledijstof voor lichte zomerkledij. Katoen werd in Vlaanderen zelden gebruikt. Het was wel verkrijgbaar, maar
was nog zeer duur. Stoffen als zijde, fluweel en dergelijke waren uiterst duur en werden enkel gebruikt aan de hoogste
hoven door de rijkste mensen.
|
|
Mode
Niet alleen de moderne mens is gevoelig aan modetrends. Dit fenomeen is van alle tijden
en ook de middeleeuwer ontsnapte er niet aan. Voor de huidige leek in kostuumgeschiedenis is het moeilijk een onderscheid te
maken tussen de kledij van twee verschillende periodes. Een geoefend oog kan echter aan bepaalde details een kostuum
dateren op twintig jaar na.
Deze kennis wordt meestal uit de studie van miniaturen en allerhande beeldende kunstwerken
gehaald, en in mindere mate uit archeologische opgravingen (kledij bewaart namelijk niet goed over de eeuwen heen). Over
het algemeen kan men zo bepaalde nuances en veranderingen in accessoires vaststellen en daar ook tijdslimieten aan
vastknopen, gebaseerd op de ouderdom van de geraadpleegde bronnen. Op dit vlak is er nog niet veel fundamenteel
werk verricht, (buiten enkele gespecialiseerde universiteitsstudies). Veel populaire werken over het middeleeuwse kostuum
maken de fout die men sinds vorige eeuw blijft herhalen: enkel die details benadrukken die er een
beetje spectaculair uitzien en de rest wordt verwaarloosd.
Een mooi voorbeeld is dat voor de leek de middeleeuwse vrouw steeds rondliep met een
kegel op haar hoofd. Dit fenomeen bestond slechts een tiental jaren tijdens de 15de eeuw en werd enkel door vrouwen
van de hoogste sociale klasse gedragen.
|
|
Burgers, Ridders en Soldeniers
Waarom behandelen wij hier nu juist deze drie categorieën? Eerst en vooral omdat zij onze
interesse het meest prikkelen. Ten tweede omdat deze drie ook de meest voorkomende categorieën van mensen zijn die men
kan terug vinden op miniaturen uit de periode rond 1302 (behalve dan geestelijken die we hier buiten beschouwing laten). En
ten derde tenslotte omdat rond alle drie ook veel misverstanden bestaan.
Burgers maken het gros uit van elke bevolking en het is nodig te weten hoe de gewone man gekleed ging. Zo kunnen
wij ons een beter beeld vormen hoe hij leefde.
Over ridders bestaan ook heel wat verkeerde ideeën. Dank zij de vele romantische ridderromans worden zij al te vaak
verkeerd voorgesteld als de "ridders in glanzend harnas".
En de soldeniers tenslotte waren dikwijls burgers, lid van hun stadsmilitie, die militaire dienst vervulden. Zij waren diegenen
die in Kortrijk de overwinning behaalden. Hoe waren zij uitgerust in vergelijking met de ridders?
|
 Terug naar begin van de pagina.
 Naar de volgende pagina.
|
|















Email ons!
Look at this page in English language.
|