|
Wapentuig
Het arsenaal van de middeleeuwse strijder was uitgebreid en beperkt tegelijk. De persoonlijke wapens
van de strijders waren blanke wapens in de meest diverse vormen. In 1302 waren er nog geen vuurwapens (die verschenen pas zo
een 30 jaar later op het toneel). Maar er was wel al artillerie zoals blijden, springalen en katapulten.
Van ridders is geweten dat ze een groot deel van hun tijd besteedden aan wapentraining. Ze waren
immers professionele strijders die steeds bereid moesten zijn tot het voeren van oorlog. De milities en voetsoldaten daarentegen waren
helemaal niet zo goed tot vechten voorbereid. Het is bekend dat er regelmatig driloefeningen werden gehouden door de stadsmilities,
maar dat stelde nauwelijks iets voor in vergelijking met de doorgedreven training van de ridders. Het meest verspreide wapen binnen
de milities in Vlaanderen was de goedendag.
Tegen het einde van de 13de eeuw kwam het fenomeen van de huursoldaten op. Dit waren meest
voetsoldaten die door een heer ingehuurd konden worden om strijd te leveren. Ook zij waren beter voorbereid tot de strijd. Het gros
van het Franse voetvolk in Kortrijk in 1302 bestaat uit huursoldaten. Hun meest gebruikte wapen was de piek.
|