![]() Aankomst van Gwij van Namen en Willem van Gulik te Brugge. De beide edelen (Gwij was een zoon van de graaf van Vlaanderen en Willem een kleinzoon) dragen in tegenstelling tot de rest van hun gevolg geen grote helm, maar wel de schedelkap (bekkeneel) met maliënkap. Gwijde is de ridder met het leeuwenschild met uitgeschulpte schuinstaak. Willem draagt een leeuwenschild met zilveren lelie op de schouder. Beide ridders dragen ook schouderschildjes (ailettes) die meestal ook het blazoen van de ridder dragen. Bij Willem van Gulik zijn het echter vijf bollen. Het blazoen van een ridder wordt normaal gezien ook herhaald op de paardendekens, maar hier mankeren ze. Bemerk de hoge zadels die de ridders als het ware verankerden op hun paard. De krijgsman rechts is een soldenier uit het brugse gemeenteleger, gewapend met een goedendag en beschermd door een bekkeneel met maliënkap en een maliënkolder met handschoenen onder zijn gypoen (dun wapenkleed). |
Vorige.
|