![]() Aantreden van de Ambachten. Men kan de banieren van de Volders, de Wevers, de Schippers, de Wijnmeters en de Wijnlossers bemerken. Links geeft een priester een krijgsman de absolutie. Als bewapening bemerkt men het bekkeneel als typische helm voor de krijgslieden. Daaronder wordt een maliënkap gedragen. Als lichaamsbescherming is er een dik wambuis en in uitzonderlijke gevallen (wegens de hoge kostprijs) een maliënkolder en handschoenen. Daarover wordt dan de gypoen in een uniform kleurenschema gedragen per ambacht of gemeente. De wapens zijn pieken, goedendags (een stevige houten staf beslagen met een ijzeren ring die een centrale pin vasthoudt), zwaarden en helemaal rechts ziet men ook een kliefsabel (falchion). |
Vorige.
|