|
Schild en Vriend (Scilt ende Vrient)
Bij de intrede van Jacques de Châtillon in Brugge op 17 mei 1302 waren de meeste
Liebaarts de stad ontvlucht. De overweldigende binnenkomst van de Franse landvoogd maakte de Bruggelingen echter
zodanig bang voor bloedige represailles dat zij de bannelingen terug riepen. Men sprak af van in de vroege ochtend de
Fransen en hun helpers te overvallen. Om elkaar in de schemering te kunnen herkennen en om zichzelf van hun vijanden
te kunnen onderscheiden werd een strijdkreet bedacht. De keuze viel op "Schild en Vriend", naar een bekend gebed dat
gebruikt werd om God bijstand in de strijd af te smeken. Een bijkomende eigenschap van deze leuze was dat franstaligen
moeite hebben met de uitspraak van deze woorden.
Een alternatieve etymologie zoekt een verklaring in de vraag "Zijt gij des Gilden vriend?",
maar deze kan om diverse redenen niet gehandhaafd worden. De belangrijkste is wel dat de ambachten toen nog niet
georganiseerd waren in Gilden. Enkel de rijke kooplieden waren dat, en zij behoorden meestal tot de Leliaarts.
In de vroege ochtend van 18 mei 1302 dringen een paar duizend Liebaarts Brugge binnen,
al roepende "Schild en Vriend". De Fransen worden vermoord, gevangen genomen of verdreven.
|