|
Het Brugse gemeenteleger
De Brugse militie bestaat in hoofdzaak uit zwaar voetvolk en boogschutters. Het zware voetvolk
draagt pieken en goedendags en strijdt in dichte, aaneengeschaarde formaties. Het gewone voetvolk is per voud verdeeld in een
aantal coningstavelrijen met elk twintig krijgslieden en zes paarden die twee bagagewagens trekken. Aan het hoofd van zo'n eenheid
staat een coningstavel. De stad betaalt alleen de huur van de paarden en lastwagens. Voor de serianten (de gewone soldenier) is er
geen of een uiterst minieme vergoeding. Voor de veldtocht naar Kortrijk wordt het aantal infanteristen naar gelang de gehanteerde
methode geschat op ongeveer 3.000 man.
Boogschutters schieten in hoofdzaak met de kruisboog. Brugge heeft in 1302 een contingent
kruisboogschutters dat geschat wordt op 16 coningstavelrijen met elk 19 schutters, 10 garsoenen of knechten en twee lastwagens.
De artillerie van de stad bestaat dus uit zo'n 320 schutters die ondersteund worden door 160 garsoenen. Deze garsoenen dragen de
grote houten schilden van de schutters, de targen, en zorgen voor de munitieaanvoer. De kruisboogschutters vormen een elitegroep
en ontvangen een soldij van vier schellingen per dag, een bedrag dat nauwelijks moet onderdoen voor een gepantserde edelknaap.
Kruisboogschutters worden gerekruteerd in alle delen van de stad en uit alle lagen van de bevolking.
Ook verplicht Brugge haar rijke poorters met een bezit dat groter is dan 300 Vlaamse Ponden om
een eigen paard en eigen wapenuitrusting te onderhouden. Brugge vormt zo een poorterlijke ruiterij, die echter niet blijkt voor te
komen in de stadsrekeningen voor het jaar 1302. Er wordt dus van uitgegaan dat de ruiterij niet deelnam aan de slag bij Kortrijk.
Tot slot heeft elke strijdmacht van de stad een oppercommando, dat samengesteld is uit de raad
der schepenen en hun gevolg. Onder dit gevolg bevinden zich de trompetters die een stuk van de communicatie tussen de eenheden
verzorgen en de garsoenen die de bagage van de aanvoerders verzorgen. Hun aantal wordt op zo'n 60 man geschat. Alles bij elkaar
is dit een imposante strijdmacht die toch zo'n 8 à 10 procent van de totale stadsbevolking uitmaakt.
|