|
Opstelling van de legers
Het Franse leger komt op 8 juli aan bij Kortrijk. Ze slaan hun kamp op en proberen tijdens de twee volgende
dagen de stad zelf aan te vallen. Deze pogingen halen evenwel niets uit en een veldslag dringt zich op. Het Vlaamse kamp staat opgesteld
oostelijk van de stad en ook de Franse bezetters van het kasteel duiden deze vlakte aan als meest aangewezen voor de slag.
In het Franse kamp wordt krijgsraad gehouden. Sommige baanderheren hebben twijfels bij een klassieke
rechtstreekse aanval. Ze prefereren te wachten om de Vlamingen uit te putten en uit te dagen zelf aan te vallen. Het terrein is immers niet
gunstig voor een charge te paard. De meerderheid der Franse heren wil echter hun eer hoog houden en de aanval wagen, om dit legertje
van boeren en handwerklieden een lesje te leren.
In de vroege ochtend van 11 juli 1302 begint het Franse leger haar aanvalsstelling in te nemen. Van de
tien bataelgen worden drie grote corpsen gevormd. Telkens twee corpsen van vier bataelgen zullen de aanvalsgolven vormen, het derde
corps van de overige twee bataelgen vormt de reserve.
Ook in het Vlaamse kamp treft men de voorbereidingen tot de slag. Drie grote groepen stellen zich op in
gevechtsformatie op een afstand van de twee beken die het Vlaamse front scheiden van de Franse aanvallers. Dit zijn respectievelijk de
Bruggelingen, de West-Vlamingen en de Oost-Vlamingen. De reserve bestaat uit de Ieperlingen die in de eerste plaats het kasteel bewaken,
en tenslotte de mannen van Renesse.
Opstelling van de legers op het Groeningeveld.
Legende
| Vlaanderen |
|
Frankrijk |
| B: Brugge |
|
Bu: Burlats |
|
L: Lorreinen |
| W: West-Vlaanderen en Brugse Vrije |
|
Br: Brabant |
|
A: Artois |
| O: Oost-Vlaanderen |
|
N: Nesle |
|
S: Saint-Pol |
| Y: Ieper |
|
NT: Nesle en Trie |
|
Eu: Normandie |
| R: Reserve (Renesse) |
|
C: Clermont |
|
P: Saint-Pol en Boulogne |
| Puntenlijnen: Kruisboogschutters en ander voetvolk |
Van 's morgens vroeg beginnen de legers aan hun opstelling. De manschappen gaan te biechten en de
aanvoerders houden toespraken met instructies. Aan de Vlamingen wordt verboden buit te rapen tijdens de slag, of zelfs van gevangenen
te maken. Dit laatste is zeer ongebruikelijk in middeleeuwse oorlogsvoering. Het betekent dat de strijd zonder genade en dus bijzonder
bloedig zal verlopen. De Vlamingen vochten trouwens voor het behoud van hun vrijheid, en vooral voor hun lijf en leden. Ze hadden zelf
ook geen genade te verwachten van de Fransen indien deze zouden overwinnen.
Tenslotte worden in het Vlaamse leger nog een veertigtal mensen tot ridder geslagen, waaronder Pieter de
Coninck en twee van zijn zonen. De legers zijn klaar, de mannen staan op scherp,… Net voor het middaguur begint de strijd.
|